Prenatale screening
Een prenatale screening laat zien hoe groot de kans is dat je kindje een aandoening of afwijking heeft. Daarmee krijg je geen volledige zekerheid! Ook als de kans klein blijkt, is een afwijking niet uitgesloten. Andersom geldt dat ook: een verhoogde kans betekent niet per definitie dat je baby niet gezond is. Alleen vervolgonderzoek, prenatale diagnostiek, kan uitsluitsel geven.
Onder prenatale screening vallen twee soorten onderzoeken, die je beide bij (of via) ons kunt laten uitvoeren:
Combinatietest
Met de combinatietest berekenen we de kans dat een kind het syndroom van Down heeft. De test is een combinatie van bloedonderzoek bij de aanstaande moeder, tussen 9 en 14 weken zwangerschap, en een nekplooimeting bij de baby. De nekplooimeting doen we tijdens de termijnecho en is niet extra belastend voor het kindje. Naast de uitslagen van de onderzoeken nemen we ook de leeftijd van de moeder en de exacte zwangerschapsduur mee in de berekening.
20 weken echo
Tijdens de 20 weken echo, of het Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO), kijken we of een kind bepaalde lichamelijke afwijkingen heeft, zoals een open ruggetje, hartafwijkingen, afwijkingen aan de ledematen en afwijkingen aan organen. Daarnaast beoordelen we de ontwikkeling, de groei en de hoeveelheid vruchtwater.
Voordat je kiest voor een prenatale screening, is het verstandig alvast stil te staan bij het mogelijke vervolgtraject. Natuurlijk wil je graag gerustgesteld worden en hoop je op een goede uitslag. Maar stel dat er uit de combinatietest een verhoogde kans blijkt op het Downsyndroom. Dan ontstaat er nieuwe onrust én een nieuwe keuze: laat je in dat geval vervolgonderzoek doen?
Hoe groot is de kans op Downsyndroom?
[overzicht naar leeftijd van de moeder]
Wat betekent de uitslag van de combinatietest?
Als de uitslag van de combinatietest aangeeft dat de kans op Downsyndroom kleiner is dan 1 op de 200 (1:200), spreken we van een kleine kans en zal er in principe geen vervolgonderzoek plaatsvinden. Dit betekent echter niet per definitie dat het kind geen Down heeft; een combinatietest geeft geen volledige zekerheid.
Als de kans 1:200 of groter is, is er sprake van een ‘verhoogde kans’: van elke 200 vrouwen met deze verhoogde kans is één vrouw zwanger van een kind met Downsyndroom. Dit betekent niet meteen dat de kans groot is; van elke 200 vrouwen met een verhoogde kans zijn 199 vrouwen immers níet zwanger van een kind met Down. Om uitsluitsel te krijgen mag in dit geval aanvullend onderzoek gedaan worden. Dit onderzoek wordt vergoed door de zorgverzekering.
Wat is een tripeltest?
Voor het onderzoek naar Downsyndroom werd tot voor kort ook wel de tripeltest gebruikt. Deze test werd gedaan tussen 15 en 18 weken zwangerschap, als het te laat was voor de combinatietest. De tripeltest is echter minder betrouwbaar dan de combinatietest en daarom geen goed alternatief.
< terug
