Prenatale diagnostiek
Als uit de combinatietest blijkt dat je kind een verhoogde kans heeft op het syndroom van Down, kun je kiezen voor vervolgonderzoek dat de aandoening kan aantonen: prenatale diagnostiek. Ook bij een mogelijke erfelijke aandoening kan prenatale diagnostiek uitsluitsel geven. Heb je een medische indicatie of ben je 36 jaar of ouder, dan kom je meteen voor prenatale diagnostiek in aanmerking en wordt het vergoed door je ziektekostenverzekering. Maar net als bij prenatale screening geldt: een goede uitslag is geen garantie op een gezond kind. Niet alle aangeboren afwijkingen kunnen met prenatale diagnostiek worden aangetoond.
Prenatale diagnostiek kan bestaan uit:
Vlokkentest – Bij de vlokkentest wordt een stukje weefsel uit de placenta weggenomen en onderzocht.
Vruchtwaterpunctie – Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater weggenomen en onderzocht.
Je bepaalt zelf of je je ongeboren kindje wilt laten onderzoeken. Daarbij is het goed een aantal zaken in overweging te nemen. Zo bestaat bij beide onderzoeken een kleine kans (3 tot 4 op de 1000) op een miskraam als gevolg van het onderzoek. En misschien bevestigt het onderzoek dat er inderdaad sprake is van Down of een andere afwijking. Je staat dan voor een zeer moeilijke beslissing: draag je de zwangerschap uit of laat je de zwangerschap afbreken?
< terug
