De hielprik
In Nederland worden alle pasgeborenen standaard gescreend op een aantal ziekten (tenzij je daar geen toestemming voor geeft). Deze screening gebeurt op basis van enkele druppels bloed die opgevangen worden na een klein prikje in de hiel van de baby: de hielprik. De hielprik wordt relatief vroeg na de geboorte gedaan, tussen 72 en 168 uur. De uitslag krijg je uiterlijk drie weken na de afname. Krijg je geen bericht, dan is alles in orde. Krijg je wel bericht, dan kan er iets aan de hand zijn. Dan wordt de hielprik altijd eerst nog een keer herhaald.
Vroege diagnose, tijdige behandeling
Aan de hand van de hielprik wordt gescreend op 17 ziekten. Hoewel maar een relatief klein aantal zieke kinderen via de hielprik wordt opgespoord, is er een grote gezondheidswinst: dankzij een vroege diagnose kan onherstelbare gezondheidsschade voorkomen worden door tijdig te starten met een behandeling. Dit geldt vooral voor goed behandelbare aandoeningen als sikkelcelziekte en MCAD-deficiëntie. Sommige ziekten zijn niet behandelbaar. Vroege opsporing is toch zinvol, omdat dan gedeeltelijk herstel of vertraging van de ziekte mogelijk is. De meeste van deze ziektes zijn erfelijk; de screening kan ook informatie geven over dragerschap van de ziekte door de ouders.
Aan het begin van je zwangerschap krijg je van ons de folder ‘Zwanger!’. Hierin staat onder meer informatie over de hielprik. Later in de zwangerschap, bij 36 – 37 weken, krijg je nog een folder: 'Hielprik bij pasgeborenen’. Heb je nog vragen? Dan kun je altijd bij ons terecht. Meer informatie vind je ook op www.rivm.nl/hielprik.


